Samuel Hanhemann
Samuel Hanhemann

 

Korte biografie van Samuel Hahnemann

 

Christian Friedrich Samuel Hahnemann wordt op 10 april 1755 in het Saksische plaatsje Meissen als zoon van een porseleinschilder geboren. Hij was arts, chemicus en apotheker.

 

Het gezin waar hij geboren wordt is niet rijk en Samuel was voorbestemd om net als zijn vader porseleinschilder te worden. Gelukkig onderkent zijn meester op school, Magister Johann Müller, Samuels talenten en hij zorgt ervoor dat Samuel een vrijplaats krijgt op het gymnasium van klooster St. Afra in Meissen. Het motto van deze school is “Sapere aude", wat “durf te wijs te zijn”, of “durf zelf na te denken” betekent. Het is de zinspreuk van de Verlichting, zoals dat uitgelegd werd door Immanuel Kant (een van de grote filosofen van de Verlichting). Door zijn scholing aan het gymnasium van het klooster St. Afra maakt Hahnemann kennis met de ideeën en de geest van de Verlichting, en werd hij gestimuleerd zelf na te denken. “Aude sapere” zal ook de lijfspreuk van Hahnemann worden. Het bepaalt zijn leven en siert later de titelpagina van zijn boek “Organon der Geneeskunst”. Niet alleen de school, ook zijn vader stimuleerde hem sterk niet zomaar klakkeloos alles aan te nemen, maar zelf dingen te overdenken en een onafhankelijk oordeel te vormen. "Onderzoekt alles en behoudt het goede" was diens advies. In 1775 sluit Samuel de middelbare school af als beste leerling met de Latijnse voordracht "De wondere konstruktie van de hand".

 

In 1775 gaat hij geneeskunde studeren in Leipzig. Geld voor de studie was er niet, en hij voorzag in zijn eigen levensonderhoud door het vertalen van boeken en het geven van Franse en Duitse lessen. Hij kan zich echter niet verenigen met louter theoretisch onderwijs en gaat in 1777 naar Wenen, naar de school van Van Swieten, een leerling van Boerhaave. Boerhaave was één van de eerste hoogleraren die zijn leerlingen meenam naar het ziekbed van zijn patiënten. Hier leerde hij zelf te observeren en ervaringen op te doen, en van datgene wat aan de patiënten waargenomen werd, nauwkeurige verslagen te maken. In 1779 sluit Hahnemann zijn studie af en begint een praktijk in Hettstädt in Saksen. Om zijn kennis van chemie en farmakologie te verruimen trekt hij in 1781 naar Dessau, naar het laboratorium van apotheker Häseler. Hij trouwt met diens stiefdochter Henriëtte Küchler en vestigt zich met haar als gemeentearts in Gommern. Maar in 1784 geeft hij zijn praktijk hier weer op wegens onvrede met de resultaten van de toegepaste behandelingen, waardoor vaak ernstiger klachten dan de oorspronkelijke ontstaan.

 

Het worden financieel moeilijke tijden, en de familie, met een groeiend aantal kinderen, moet vanwege geldgebrek veelvuldig verhuizen. Hahnemann voorziet in het levensonderhoud van zijn gezin door net als vroeger chemische en medische werken te vertalen. Alles wat hij vertaalt voorziet hij van kritische kanttekeningen en kommentaar. 
 

In 1790 vertaalt hij de Materia Medica van de Schotse geleerde professor William Cullen. Deze verklaart de koortswerende werking van Kinabast uit de bittere smaak, samentrekkende eigenschappen en maagversterkende werking. Deze verklaring vindt Hahnemann onbevredigend en hij neemt zelf als proef enkele malen Kinabast in. Hij krijgt hierbij de verschijnselen van wisselkoorts (malaria), terwijl Kina juist een veelgebruikt geneesmiddel tegen malaria was.

Hier ontdekte hij twee belangrijke basisprincipes van de homeopathie:

   1. de werking van een geneesmiddel blijkt uit beproevingen daarvan op een gezond mens, en

   2. het gelijkende kan het gelijkende genezen.

Hij herhaalt dit experiment meerdere malen met steeds hetzelfde resultaat. Hierna onderzoekt Hahnemann samen met familieleden, vrienden en kollega’s op dezelfde manier ook andere geneeskrachtige stoffen. Na zes jaar geneesmiddelen op deze wijze beproefd te hebben publiceert Hahnemann in 1796 in het “Journal für Praktische Heilkunde” van professor Hufeland uit Jena het artikel: "Poging tot een nieuw principe ter ontdekking van de geneeskracht der medicinale substanties". Hierin beschrijft hij de ontdekking van het homeopathisch principe: Similia similibus curantur: het gelijke kan door het gelijkende worden genezen. Hiermee ontketent hij een ware storm in de medische en farmaceutische wereld, die zelfs op dit moment nog niet helemaal uitgewoed is.

 

Hahnemann gaat nu weer met sukses patiënten behandelen. Om optredende verergeringen te minimaliseren gaat hij zijn geneesmiddelen verdunnen en na iedere verdunningstrap schudden. Hierdoor blijken minder beginverergeringen voor te komen, terwijl de geneeskracht toeneemt. Hij potentieert zijn geneesmiddelen in stappen van 1 op 100, in deze tijd tot C30, later tot C200 en nog verder tot de LM-potenties.

 

Het is nu niet meer door geldnood dat hij veelvuldig moet verhuizen. Toenemende nijd en jaloezie van kollega's en apothekers vanwege zijn suksesvolle behandelingen met deze nieuwe methode maken hem steeds weer het leven onmogelijk, zodat hij herhaaldelijk genoodzaakt is zich ergens anders te vestigen.

 

In 1805 verschijnt "Die Heilkunde der Erfahrung", de voorloper van het Organon. In het Organon heeft Hahnemann de werking van de homeopathische geneeswijze uitgebreid onderbouwd en beschreven. De eerste druk van het Organon verschijnt in 1810. In 1811 gaat Hahnemann lesgeven aan de universiteit van Leipzig. Tien jaar geeft hij hier kolleges, die zowel door studenten als jonge en oudere afgestudeerde artsen worden bezocht. Hij verzamelt een kring van proefpersonen om zich heen en in de komende jaren verschijnen zes banden van zijn geneesmiddelenprovings, de "Reine Arzneimittellehre", die nu nog wordt uitgegeven als de Materia Medica Pura.

 

Velen zijn enthousiast over de nieuwe geneesmethode, maar ook oogst hij veel kritiek. Ook in Leipzig wordt in 1819 de afgunst te groot. Apothekers maken er bij de bestuurders bezwaar tegen dat hij zelf zijn geneesmiddelen bereidt. Wanneer Hertog Ferdinand von Anhalt-Köthen hem de funktie van lijfarts aanbiedt, verhuist hij in 1821 naar Köthen. Hier kan hij vrij patiënten behandelen, geneesmiddelen bereiden, schrijven en studeren. Nieuwe drukken van Organon en Materia Medica Pura verschijnen.

 

In 1828 verschijnt zijn werk “De Chronische Ziekten", waarin hij de miasmaleer (over de grondoorzaak van ziekten) nader uitwerkt. Langdurig onderzoek had hem uitgewezen dat de klachten waarmee veel patiënten kwamen slechts een uiting van een diepere stoornis zijn. Door nu alleen een middel te geven voor de akute ziektesymptomen, en daarna niet verder te behandelen, werd de ziekte niet volledig genezen, maar bleef onderhuids aanwezig. De diepere stoornis werd hiermee niet opgeheven. De nieuwe klachten die vervolgens optraden waren veelal andere uitingen van dezelfde stoornis. Om nu de ziekte volledig te kunnen genezen, moeten middelen worden gezocht dat bij het basisziektebeeld van de patiënt passen, lichamelijk, maar vooral ook emotioneel en mentaal. Hij werkt in “De Chronische Ziekten” de drie basale verstoringen uit: het psorisch, sycotisch en syfilitisch miasma. Deze theorie wordt zelfs door vele homeopathische artsen afgewezen en bewerkstelligt een scheiding binnen de homeopathie.

 

31 maart 1830 sterft na 48 jaar huwelijk zijn vrouw Henriëtte Hahnemann, moeder van zijn acht dochters en twee zonen. Twee van zijn dochters nemen de zorg voor het huishouden over.

In 1834 bezoekt de 35-jarige kunstenares Mélanie d'Hervilly hem als patiënt in Köthen. Zij geneest van haar klachten, maar er gebeurt meer. Pinksteren 1835 trouwen zij en zij gaan vervolgens in Parijs wonen. Hier bouwt Hahnemann, geassisteerd door Mélanie, nog een bloeiende praktijk op. In deze tijd werkt hij onder meer aan de 6-de druk van het Organon, waarin hij zijn steeds verdergaande inzichten bekend maakt. Helaas kan deze zesde druk pas in 1921 worden uitgegeven.
 

2 juli 1843 sterft hij, na een zes weken durend ziekbed aan bronchitis. Hahnemann is zijn hele leven een stevig roker geweest. Mélanie laat hem balsemen. 11 juli wordt hij in alle stilte begraven op het Cimetière de Montmartre in 't familiegraf van Mélanie, zonder steen of gedenkteken. In 1898, als het graf geruimd dreigt te worden, zorgt de homeopathische wereld ervoor dat hij met Mélanie aan zijn voeten wordt herbegraven op Cimetière du Père Lachaise in Parijs, waar hij nu nog begraven ligt.

 

Na de dood van Hahnemann ontstond tussen Mélanie en de kinderen van Hahnemann een bittere strijd om diens nalatenschap. Ook hield Mélanie de "geestelijke" nalatenschap van Hahnemann zelf. Mélanie stierf in 1878. Pas in 1921 lukte het Richard Haehl uit Stuttgart deze literaire nalatenschap van Hahnemann, waaronder de 6-de druk van het Organon van de familie von Bönninghausen te bemachtigen.

    

non inutilis vixit

Graf van Hahnemann in Parijs

"non inutilis vixit"